Grote hoeveelheden bagger

Grote hoeveelheden bagger

Ook de aanwezige bagger beïnvloedt de waterkwaliteit in het Wormer- en Jisperveld. De sliblaag heeft meestal een zeer reactieve toplaag. Deze laag bestaat uit vers afgestorven organisch materiaal (algen, bladeren van bomen, veen etc.) dat zeer gemakkelijk opwervelt.

Eenmaal opgewerveld zweeft het materiaal in suspensie door het oppervlaktewater van de plassen en wordt via waterbewegingen (onder invloed van wind) getransporteerd naar meer beschutte delen in het gebied, zoals een aantal luwe oevers en de kleinere watergangen, die grenzen aan de grotere plassen. Het slappe materiaal zorgt lokaal voor ondiepten en beperkt doorzicht, waardoor waterplanten niet kunnen groeien.

De inlaat gebiedsvreemd water

Het peilbeheer in het Wormer- en Jisperveld is sterk gereguleerd. De oppervlaktewaterpeilen van de boezem en het polderwater zijn star. In droge periodes moet water vanuit het Noord-Hollands Kanaal het Wormer- en Jisperveld worden ingelaten om het oppervlaktewater op peil te houden. Dit water heeft niet de gewenste kwaliteit.

Verzoeting van het watersysteem

Wormer- en Jisperveld is van oorsprong een eutroof veengebied met brak water. Het chloridegehalte in het oppervlaktewater is sinds 1930 teruggelopen van ongeveer 2.500 mg/l naar 150 mg/l (zoet) in 2004. Door deze verzoeting valt de rem op eutrofiëring weg en kan het watersysteem omslaan naar een hypertrofe troebele situatie.

Beheer van de graslanden

Drooglegging van de veenbodem leidt tot mineralisatie van de bovengrond en maaivelddaling. Een (te) grote ontwateringdiepte kan dit proces versnellen. Bij de mineralisatie van veen komt stikstof vrij, dat zorgt voor een negatieve invloed op de waterkwaliteit. Ook uitspoeling en oppervlakkige afvoer van (bemeste) graslanden kan leiden tot een belasting van het oppervlaktewater met nutriënten.

Grote hoeveelheden bagger

Ook de aanwezige bagger beïnvloedt de waterkwaliteit in het Wormer- en Jisperveld. De sliblaag heeft meestal een zeer reactieve toplaag. Deze laag bestaat uit vers afgestorven organisch materiaal (algen, bladeren van bomen, veen etc.) dat zeer gemakkelijk opwervelt.

Eenmaal opgewerveld zweeft het materiaal in suspensie door het oppervlaktewater van de plassen en wordt via waterbewegingen (onder invloed van wind) getransporteerd naar meer beschutte delen in het gebied, zoals een aantal luwe oevers en de kleinere watergangen, die grenzen aan de grotere plassen. Het slappe materiaal zorgt lokaal voor ondiepten en beperkt doorzicht, waardoor waterplanten niet kunnen groeien.

Ongezuiverde lozingen

Tot voor kort waren zo’n 100 huishoudens in het gebied niet aangesloten op de riolering. Door de lozing van afvalwater in het gebied kwamen er zeer veel voedingstoffen in het water.

Het aansluiten van deze huishoudens op het riool was een maatregel uit fase 1 van het project. In 2010 zijn de werkzaamheden afgerond. Deze ongewenste bron van voedingsstoffen is daarmee verleden tijd.

Atmosferische depositie

Ook via de lucht, de zogenaamde atmosferische depositie, kunnen stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De atmosferische depositie wordt bepaald door de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de atmosfeer, veroorzaakt door diverse bronnen (industrie, verkeer e.d.). Daarnaast vindt atmosferische depositie plaats op verhard oppervlak. Met het afstromend regenwater kan deze verontreiniging alsnog in het oppervlaktewater terechtkomen.