Over het gebied

Het Wormer- en Jisperveld

Het Wormer- en Jisperveld ligt in de Gemeente Wormerland en wordt omsloten door het
Noord-Hollands Kanaal, de Ringvaart van de Wijde Wormer, de dijksloot langs de Enge Wormer,
de Zaan en de Knollendammervaart. Kenmerkend is de aanwezigheid van natte hooi- en weilanden, een netwerk aan sloten en drie ondiepe plassen: De Marken, De Poel en ’t Zwet. Het totale gebied heeft een oppervlakte van 2.400 hectare. Daarvan is 240 hectare bebouwd, 500 hectare water en 1.660 hectare graslandgebied. Vereniging Natuurmonumenten is grotendeels eigenaar van het gebied, samen met een 30-tal agrariërs.

Het Wormer- en Jisperveld heeft gedeeltelijk de hoofdfunctie natuur en gedeeltelijk de hoofdfunctie landbouw. Door de grote oppervlakte met open water en de typische verkaveling is het Wormer- en Jisperveld van grote cultuurhistorische waarde, een belangrijk natuurgebied en een aantrekkelijk gebied om in te recreëren.

Het gebied is onder meer bijzonder vanwege de grondsoort: veen. Veen is een natte, zuurstofarme en sponsachtige grondsoort, die is opgebouwd uit gehumifiseerd plantaardig materiaal. De gedroogde vorm staat het bekend als turf. In Noord- en West-Nederland worden de uitgestrekte veengebieden al honderden jaren vooral als weidegebied voor koeien gebruikt.

Zie voor meer info over o.a. de historie van het Wormer- en Jisperveld:

Belang van het gebied

Het Wormer- en Jisperveld vormt een belangrijk kerngebied van de (Provinciale) Ecologische Hoofdstructuur (PEHS). Bovendien ligt het gebied midden in de Robuuste Verbindingszone Van Kust Tot Kust. Deze verbinding, waarbij een aantal natuurgebieden in onze streek ‘als parels aan een snoer’ aan een worden geregen, loopt straks vanaf de duinen bij Castricum tot aan de Markermeerkust.
Het Wormer- en Jisperveld valt onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. In het voorjaar broeden er veel weidevogels. Ook komen bedreigde vogelsoorten voor zoals de roerdomp, de zwarte stern en diverse eendensoorten.

Probleem in het gebied: slechtere waterkwaliteit

Een van de problemen in het gebied is de veranderende waterkwaliteit in het gebied; die holt achteruit. Veen breekt af onder invloed van zuurstof waardoor onder water bagger ontstaat. Daarnaast is sprake van eutrofiëring; door omzetting van gebiedseigen en meststoffen (o.a. fosfaten, nitraten en stikstof) wordt er een overmaat aan voedingsstoffen in het systeem gebracht, die de waterkwaliteit nog verder verslechteren.

Ook komt er water met veel voedingsstoffen het gebied binnen vanuit het Noord-Hollands Kanaal.

Door de grote hoeveelheid bagger en voedingstoffen in het water ontstaat een negatieve spiraal in het watersysteem. Door de bagger te verwijderen en waar mogelijk het grondwaterpeil zo hoog mogelijk op te zetten (o.a. met behulp van drains) wordt de waterkwaliteit verbeterd.

Door een aantal maatregelen uit de 1e fase, zoals de woningen aansluiten op de riolering en het automatiseren van de inlaat, wordt de toevoer van voedingstoffen in het water verminderd waardoor de waterkwaliteit naar verwachting verbeterd.

Probleem in het gebied: bodemdaling

Bodemdaling is een ander groot probleem. Binnen de polder zijn hoogteverschillen van meer dan een meter aanwezig. Deze hoogteverschillen hebben geleid tot kleinere peileenheden en onderbemalingen, die - door inklinking en veenverbranding - weer extra (ongelijke) bodemdaling veroorzaken. Door deze negatieve spiraal versnippert het waterbeheer steeds meer, nemen inrichtings- en beheerskosten toe, wordt het watersysteem steeds minder robuust en dus gevoeliger voor wateroverlast en –tekort en ontstaat onomkeerbare schade aan bebouwing en infrastructuur.

Waarom deze twee problemen in dit gebied

De bodemdaling en de veranderende waterkwaliteit worden veroorzaakt door:

De inlaat gebiedsvreemd water

Het peilbeheer in het Wormer- en Jisperveld is sterk gereguleerd. De oppervlaktewaterpeilen van de boezem en het polderwater zijn star. In droge periodes moet water vanuit het Noord-Hollands Kanaal het Wormer- en Jisperveld worden ingelaten om het oppervlaktewater op peil te houden. Dit water heeft niet de gewenste kwaliteit.

Verzoeting van het watersysteem

Wormer- en Jisperveld is van oorsprong een eutroof veengebied met brak water. Het chloridegehalte in het oppervlaktewater is sinds 1930 teruggelopen van ongeveer 2.500 mg/l naar 150 mg/l (zoet) in 2004. Door deze verzoeting valt de rem op eutrofiëring weg en kan het watersysteem omslaan naar een hypertrofe troebele situatie.

Beheer van de graslanden

Drooglegging van de veenbodem leidt tot mineralisatie van de bovengrond en maaivelddaling. Een (te) grote ontwateringdiepte kan dit proces versnellen. Bij de mineralisatie van veen komt stikstof vrij, dat zorgt voor een negatieve invloed op de waterkwaliteit. Ook uitspoeling en oppervlakkige afvoer van (bemeste) graslanden kan leiden tot een belasting van het oppervlaktewater met nutriënten.

Grote hoeveelheden bagger

Ook de aanwezige bagger beïnvloedt de waterkwaliteit in het Wormer- en Jisperveld. De sliblaag heeft meestal een zeer reactieve toplaag. Deze laag bestaat uit vers afgestorven organisch materiaal (algen, bladeren van bomen, veen etc.) dat zeer gemakkelijk opwervelt.

Eenmaal opgewerveld zweeft het materiaal in suspensie door het oppervlaktewater van de plassen en wordt via waterbewegingen (onder invloed van wind) getransporteerd naar meer beschutte delen in het gebied, zoals een aantal luwe oevers en de kleinere watergangen, die grenzen aan de grotere plassen. Het slappe materiaal zorgt lokaal voor ondiepten en beperkt doorzicht, waardoor waterplanten niet kunnen groeien.

Ongezuiverde lozingen

Tot voor kort waren zo’n 100 huishoudens in het gebied niet aangesloten op de riolering. Door de lozing van afvalwater in het gebied kwamen er zeer veel voedingstoffen in het water.

Het aansluiten van deze huishoudens op het riool was een maatregel uit fase 1 van het project. In 2010 zijn de werkzaamheden afgerond. Deze ongewenste bron van voedingsstoffen is daarmee verleden tijd.

Atmosferische depositie

Ook via de lucht, de zogenaamde atmosferische depositie, kunnen stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De atmosferische depositie wordt bepaald door de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de atmosfeer, veroorzaakt door diverse bronnen (industrie, verkeer e.d.). Daarnaast vindt atmosferische depositie plaats op verhard oppervlak. Met het afstromend regenwater kan deze verontreiniging alsnog in het oppervlaktewater terechtkomen.