Bezanding

In Nederland zijn diverse maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit in veenweidegebieden onderzocht en uitgevoerd. Een reeds met succes ingevoerde maatregel is het bezanden van de bodem.

De veen- en/of slibbodem in sloten in het veenweidegebied afdekken met een laag zand, is mogelijk een beheersoptie om nalevering van fosfaat uit de bodem tegen te gaan. Tevens is de verwachting dat de zandlaag het veen zal ‘beschermen’ tegen het sulfaat- en bicarbonaatrijke water waar we in het veenweidegebied meestal mee te maken hebben. Hierdoor zal er mogelijk minder afbraak van het intacte veen plaatsvinden, waardoor de baggeraanwas zal afnemen.

 In een labexperiment wordt nu de mogelijkheid getest om de waterkwaliteit in de sloot te verbeteren door het veen of slib af te dekken met een laag zand. Het type zand dat hiervoor wordt gebruikt kan de resultaten mogelijk beïnvloeden. Zand met hoge P gehaltes zal naar verwachting geen positief resultaat opleveren. Ook kalkrijk zand zou mogelijk minder gunstige resultaten kunnen opleveren, omdat kalk de veenafbraak weer kan stimuleren.

In dit experiment is er gekozen om twee verschillende zandtypes te testen, waarmee het veen of slib is afgedekt. Het eerste zandtype is gewassen zeezand, met een hoge calcium en lage nutriënten concentratie. Zandtype 2 is zand afkomstig van de Hatertse vennen, en heeft zowel een lage nutriënten- als een lage calciumconcentratie.

Ook windwerking kan grote invloed hebben op de werking van het bezanden. Door wind kan het zand verplaatsen en opwervelen in het water, waardoor het slib of veen alsnog bloot komt te liggen of wordt vermengd met het zand. Het mogelijk gunstige effect van bezanden zou hierdoor teniet kunnen worden gedaan. Om ook deze factor te testen wordt er bij de helft van de aquaria (met en zonder bezanden) ook windwerking nagebootst d.m.v waterpompjes.

 Afhankelijk van de uitkomsten van het labexperiment wordt deze proef in het Womer- en Jisperveld voortgezet als praktijkproef.

Foto: Opstelling labexperiment bezanding

Voorlopige resultaten

De metingen van de waterkwaliteit gedurende het eerste jaar (2009) waren zeer positief. De fosfaatwaarden waren duidelijk gedaald.

Na verloop van tijd lijkt het positieve effect echter af te nemen. Vooral bij de proeven met windwerking. Het veen blijkt in dit geval op de duur toch bloot komen te liggen doordat het zand zich verplaatst. In de praktijk is dit ook denkbaar door de windwerking en bodemwoelende vissen (welke factoren beide in grote mate in het gebied aanwezig zijn).

Gerelateerde foto's



Bekijk alle foto's

Vragen?


Heeft u vragen over het project of de werkzaamheden? Bekijk de veel gestelde vragen pagina.

Veel gestelde vragen